25 jun

De zin en onzin van overwerken

2a606bf606d8f1184d740036094ecea9_view

Overwerken = beter werken?

In een studie van business professor Kimberly Elsbach werden 39 corporate managers ondervraagd over hun mening omtrent de prestaties van medewerkers.
Wie consequent overuren klopt, wordt  vaak als een betere werknemer beschouwd. Op parameters als werkethiek, flexibiliteit, verantwoordelijkheid en toewijding scoren ze hoger in de ogen van hun managers.
Klopt die assumptie wel?

De parabel van de efficiëntie en effectiviteit

Met het invoeren van de 38-uren-werkweek, kreeg werk een duidelijk afgebakende tijdsindicatie. Het hoeft niet te verbazen dat men de prestaties sindsdien koppelt aan het al dan niet overwerken.
En toch houdt die redenering geen steek, aangezien ze geen rekening houdt met efficiëntie, laat staan effectiviteit. En laat net die 2 begrippen centraal staan in de professionele wereld.
Verkies je als organisatie immers (pro)actieve medewerkers die méér presteren op kortere tijd of vice versa? Wie houdt het bovendien vol constant te moeten overpresteren? Op die manier schiet die 38-uren-werkweek haar doel voorbij.

Obsessieve passie vs. harmonieuze passie

Recent volgde ik een seminar van Herman Van den Broeck, De Beyonders. In het gelijknamige boek licht hij toe welke capaciteiten goede leiders moeten hebben.
In dat kader behandelt hij ondermeer 2 soorten passies, die benadrukken waar het hier ook om draait:

1. Obsessieve passie:
-
Men wordt gedreven door een artificiële druk: men moet cijfers behalen of het ego opkrikken.
- Op de duur ontstaat een ongecontroleerde drang, een blind doorzetten.
- Het wordt meer en meer een opgave.
- Op korte termijn meer output, op langere termijn een duidelijk inboeten aan kwaliteit.

2. Harmonieuze passie:
- Leidt tot een zinvol en gelukkig leven – men kiest voor de inherente voldoening een project tot een goed einde te brengen.
- Betere concentratie, toewijding en controle.
- Men geniet van de tijd en energie die men in de passie investeert.
- Zorgt voor betere resultaten op langere termijn.

Zeker in de westerse bedrijfscontext is soms sprake van een exuberante prestatiecultuur, wat resulteert in een obsessieve passie.
Overperformers worden beloond,  waardoor de rest zich al snel inferieur voelt of zelfs de laan uitgewezen wordt. Het aantal burn-outs is navenant.
Net die organisaties die erin slagen een harmonieuze passie in te bedden in de bedrijfscultuur, zullen ook op langere termijn vruchten blijven plukken van dezelfde medewerkers.
De anderen zullen niet voor niets de stempel ‘body shoppers’ blijven dragen. Body droppers lijkt me in ieder geval treffender.

Het nieuwe werken?

We kunnen dit thema nog van een andere kant belichten.
De volgende generaties (Y en Z) weten dat ze al minstens tot hun 65e (& counting) op de arbeidsmarkt aanwezig zullen zijn.
De stijgende levensduur zorgt er niet meteen voor dat zij op dezelfde – fysieke of stressvolle – manier kunnen blijven presteren als in het begin van de carrière. Het nieuwe werken is een must om daaraan tegemoet te kunnen komen. Ook daar gaapt nog een enorm hiaat bij vele bedrijven. Zeker die bedrijven waar de prestatiecultuur (cf. supra) furore maakt, zijn nogal vaak in dat bedje ziek. Hun structuur is geënt op controlemechanismen waarbij men rechtstreeks impact kan uitoefenen op de eindverantwoordelijken. Net in de nieuwe organisatiestructuren wordt loslaten en vertrouwen geven primordiaal.
Verschrikkelijk moeilijk, maar het lijkt de enige weg naar harmonieus samenwerken op langere termijn. En dat willen we toch allemaal?